Commentaar 3 oktober 2008 * Sarah Palin
SARAH PALIN HEEFT DE EER GERED
door Bart Jan Spruyt
In haar debat met Joe Biden bleef Sarah Palin fier overeind. Wat jammer dat het er misschien niet meer zo toe doet. Voorlopig althans.
Het blijft iets vreemds houden, ‘s nachts naar een politiek debat gaan zitten kijken. Het is overal donker, en je weet dat je een beetje een beroepsgedeformeerde bent om je nachtrust op te offeren aan 90 minuten politiek gekissebis. Dan waren er in oktober 1974 betere – gezondere - redenen om ’s nachts stiekem je bed uit te glippen om te kijken naar het grote gevecht dat bekend zou komen te staan als The Rumble in the Jungle.
Terwijl je naar het grote televisiedebat tussen de beoogde vice-presidenten van de Republikeinen (Sarah Palin) en de Democraten (Joe Biden) kijkt, email je wat met vrienden in de Verenigde Staten en je sms’t met (even gekke) vrienden hier. En het allervreemdste was: ik was een beetje zenuwachtig van tevoren.
Erg onpartijdig ben ik al niet, maar dit ging wel heel ver. Pas na een half uurtje ging het over, en ik betrapte me erop dat ik voortdurend op mijn horloge keek. Sarah Palin mocht dat niet doen – de oude Bush deed het ooit tijdens een debat en dat wordt hem nu nog nagedragen – en daarom deed ik het maar voor haar. En om half vijf vanochtend, toen het debat was afgelopen en Sarah Palin met man en kinderen naar het publiek stond te zwaaien, bemerkte ik dat ik bijna net zo opgelucht was als zijzelf.
Sarah Palin hield een fantastische speech op de Republikeinse Conventie. In de zalen, oog in oog met haar achterban, doet ze het heel goed. Een goede kennis van mij was in Grand Rapids (Michigan) toen Sarah Palin en John McCain die stad onlangs aan deden, en stuurde me een zelfgemaakte video. Het was electrifying.
Maar toen begon het gestuntel, en concludeerde 60 procent van de Amerikaanse kiezers dat Sarah Palin ongeschikt want te licht en te onervaren was om een goede president te zijn. Haar ervaring in de buitenlandse politiek moest, zo zei ze in een interview, blijken uit het feit dat ze vanuit Alaska Rusland kan zien liggen en dat Canada aan haar thuisstaat grenst. En ze kon geen kranten of tijdschriften opnoemen toen haar werd gevraagd naar de media waarmee ze zichzelf voedt. Die antwoorden, denk ik, kwamen ook voort uit een te groot wantrouwen jegens het (media-)wereldje van de oostkust. Bij die vraag naar die kranten en tijdschriften, moet Sarah Palin hebben gedacht: oh ja, ze denken natuurlijk dat ik alleen het plaatselijke suffertje en de National Review lees. En toen zei ze maar dat ze heel open en onbevooroordeeld alles tot zich neemt. En bij die vraag naar haar buitenlandse ervaring, moet ze hebben gedacht (u ziet, het kost mij om de een of andere reden weinig moeite mij te verplaatsen in het denken van een conservatieve dame): oh ja, ze denken natuurlijk dat wij hier in Alaska een beetje achterlijk zijn, en realiseren zich niet dat we zowel aan Rusland als (erger nog) aan Canada grenzen.
Maar de beelden waren vreselijk, en Sarah Palin was de openingsgrap van bijna alle praatprogramma’s. De vraag die vannacht aan de orde was, was eigenlijk alleen maar deze: zou Sarah Palin McCains ticket opnieuw bezoedelen of zou ze in staat zijn de schande van de afgelopen weken van zich af te schudden.
Dat laatste gebeurde. Sarah Palin heeft de vuurproef van dit debat boven verwachting doorstaan. Natuurlijk was Joe Biden – objectief en technisch bezien – beter, rustiger, ervarener, meer onderlegd. Maar hij is vooral ook de man die al 35 jaar in de Senaat zit en zo ook is gaan praten. Sarah Palin slaagt er veel beter in – kijkend in de camera - de grondtoon van het gewone Amerikaanse leven te raken. ‘She is herself and she is one of us’, zeggen haar aanhangers.
En zo hoorden we Sarah Palin zeggen dat ze niet gewend was aan die ingewikkelde manier waarop mensen in Washington hun gedraai verhullen. Gewone mensen willen duidelijkheid. Daarom zei ze dat die gewone Amerikanen zich nooit meer door de hebzucht van de banken en Wall Street willen laten uitbuiten. Daarom zei ze dat de overheid onderdeel van het probleem is en vaak vooral in de weg loopt en pleitte ze voor belastingverlaging. Daarom sprak ze warme woorden over het traditionele huwelijk, zonder dat ze de juridische rechten van homoseksuelen wil beperken. Daarom zei ze in Irak de witte vlag niet te willen hijsen, en bepleitte ze een surge in Afghanistan. En daarom zei ze zo vaak dat McCain een maverick was die vaak tegen de officiële partijlijn was ingegaan en daarom wel degelijk een agent of change kon zijn.
Voor de Amerikanen in de heartlands, zo stel ik mij voor, zijn deze punten overtuigender dan het brokje in Biden’s keel.
Maar het probleem is natuurlijk dat de feel die Sarah Palin belichaamt en weet uit te dragen, alleen in een andere setting nog van doorslaggevend belang zou zijn geweest. Het gesternte waaronder dit debat is gevoerd, is dat van de kredietcrisis, van een regering die daarmee wordt geassocieerd of vanwege haar politiek van deregulering daar zelfs alle schuld voor in de schoenen geschoven krijgt (hoe onterecht dat ook is), van een gestage daling van McCain in de peilingen, wiens gok om zich tijdelijk uit de campagne terug te trekken niet heeft gewerkt, en die – erger nog – gisteren ook besloot Michigan op te geven. Dat lijkt mij een tamelijk desastreus signaal. De strategie om de benodigde 270 stemmen te veroveren, is erop gericht om óf Pennsylvania, óf Wisconsin, óf Minnesota te winnen, plus een totaal van tien stemmen uit een combinatie van Nevada (5), Colorado (9) en New Hamsphire 94). Dan gaan ze er blijkbaar uit dat Florida en Ohio zeker zijn voor de Republikeinen.
Er was voor Sarah Palin dus ook weinig eer te behalen gisteravond. Voor Biden was het niet al te moeilijk om voortdurend te suggereren dat de keuze voor McCain en Palin een voortzetting van het beleid van de afgelopen acht jaar betekent. Sarah Palin slaagde er ook niet in bij de kiezer verwarring over Barack Hussain Obama te zaaien of zwevende kiezers een reden te geven om niet op de Democraten te stemmen. Maar de eer is gered. En Sarah Palin blijkt een talent dat nu nog niet klaar is voor prime time maar dat over vier jaar zo maar wel kan zijn – hopelijk om Engelse toestanden te voorkomen waar de Tories sinds de komst van Tony Blair in de oppositie hebben gezeten.